Nationaal Contactpunt

Richtlijnen

Nationaal contact punt

Kenniscentrum

Internationaal ondernemen begint bij de OESO richtlijnen.

Homepage / Homepage / Archief voor categorie 'Nieuws'

Nieuwsarchief

Enquete ketenverantwoordelijkheid

Beste ondernemer,

MVO Nederland en het NCP werken voortdurend aan het aanbieden van praktische informatie over internationaal ondernemen en de handelsketen. Graag horen we van u aan welke informatie u op dit gebied behoefte heeft. Zo kunnen we u met onze websites nog beter van dienst zijn. Het invullen van de vragenlijst duurt ongeveer 10 minuten, is volstrekt anoniem en de gegevens worden niet aan derden verstrekt.

Bij voorbaat dank voor uw medewerking!

Navigator MVO richtlijnen

De Navigator MVO richtlijnen is eind januari 2010 online! Met dit instrument kunnen ondernemers sneller hun weg vinden in het landschap van de MVO richtlijnen. De navigator zorgt ervoor dat u eenvoudiger één of meerdere voor u relevante MVO-richtlijnen kunt selecteren. U kunt kiezen op (OESO) thema, op sector en op toepassingsvorm.

De Navigator is permanent in ontwikkeling en wordt de komende maanden uitgebreid. Reacties en aanvullingen kunnen worden gemaild naar m.vanyperen@mvonederland.nl

Start de Navigator - Toelichting Navigator

2010 Update van de OESO Richtlijnen

Dit jaar wordt op verzoek van de National Contact Points de mogelijkheden verkend voor een update van de OESO Richtlijnen om “de relevantie ervan te vergroten en de verantwoordelijkheden van bedrijven te verduidelijken”. Het OESO Investerings­comité komt eind maart 2010 in Parijs bijeen om de definitieve scope van de update vast te leggen. Zie voor meer informatie over de 2010 update van de OESO Richtlijnen en de totstandkoming van de Nederlandse inbreng: Update van de OESO Richtlijnen.

Verslag 4e NCP-stakeholderbijeenkomst dd 24 nov 2009

Verslag 4e stakeholderbijeenkomst dd 24nov09

VBDO verantwoord ketenbeheer award

In 2009 zijn 40 AEX genoteerde ondernemingen door de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) geanalyseerd op hun openbaar gerapporteerde prestaties op het gebied van verantwoord ketenbeheer.
Naar de mening van de jury neemt het belang van verantwoord ketenbeheer steeds meer toe. Schaarste aan grondstoffen legt druk op duurzame  winning, toename van outsourcing van productiewerkzaamheden vergroot de betekenis van ketens, verdelingsvraagstukken binnen ketens zijn meer en meer aan de orde.

De analyse van het ketenbeheer bij de ondernemingen is uitgevoerd aan de hand van de “Responsible Supply Chain Management Benchmark” van de VBDO.
De vijf ondernemingen met de hoogste scores zijn genomineerd voor de Verantwoord Ketenbeheer Award (in alfabetische volgorde):

  • AkzoNobel
  • DSM
  • Philips
  • Reed Elsevier
  • Unilever

De kopgroep is daarmee flink opgeschud ten opzichte van 2008, met AkzoNobel als nieuwkomer, terwijl Heineken en Shell zijn teruggevallen. 

Uit de genomineerden heeft de jury een winnaar en twee bijzondere vermeldingen geselecteerd op basis van de volgende criteria:

  • de score en de analyse uitgevoerd door de VBDO;
  • de vooruitgang ten opzichte van sectorgenoten en/of het voorgaande jaar;
  • ontplooiing van een bijzonder en/of innovatief initiatief.

De jury is benoemd door het bestuur van de VBDO. De jury werkt onafhankelijk van de VBDO. Zij bestaat uit de volgende leden, die op persoonlijke titel zitting hebben:

  • Jan van der Kolk, zelfstandig adviseur (voorzitter)
  • Adrie Papma, directeur OxfamNovib
  • Herman Mulder, onafhankelijk adviseur
  • Willem Lageweg, directeur MVO Nederland

De Ketenbeheer Award bestaat uit een sculptuur voor de winnaar en een certificaat voor de winnaar, de genomineerden en de bijzondere vermeldingen.

De jury heeft de volgende algemene ontwikkelingen geconstateerd:

  • Wederom een vooruitgang bij de koplopers, zij het wat bescheidener dan in 2008, maar dat is niet onlogisch omdat zij al in belangrijke mate aan de criteria in de benchmark voldoen.
  • Bijna een verdubbeling van het aantal bedrijven dat meer dan 50% van de totaal te behalen score bereikt (van 6 naar 11 bedrijven).
  • Een grote groep van 29 bedrijven (ruim 70%!) die niet meer dan 50% van de maximum score haalt, met daarbinnen een hardnekkige groep stilstaande achterblijvers.
  • De afstand tussen de kopgroep en de achterblijvers blijft aldus groeien.
  • Een bescheiden score bij de zes nieuwkomers in de benchmark.

VBDO rapport verantwoord ketenbeheer 2009

Stakeholderbijeenkomst 24 november

Op dinsdagmiddag 24 november van 14:00  tot 17:00 organiseert het NCP zijn vierde stakeholderbijeenkomst. De bijeenkomst zal plaatsvinden bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij te Den Haag. 

Klik hier voor de uitnodiging en meld u aan per mail aan ncp@minez.nl indien u aanwezig wilt zijn. Na aanmelding ontvangt u de bij de agenda horende bijlage.

Klik hier voor een routebeschrijving naar het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij te Den Haag. 

Discussiedocumenten:

Discussiedocument update OESO Richtlijnen

Discussiedocument mvo-code landschap

Final statement Shell Philippines

English version pressrelease / Final statement

Den Haag, Maandag, 31 augustus 2009

Uitspraak NCP over oliedepot van Shell-dochter Filippijnen

In het kader van de klachtenprocedure van de OESO richtlijnen voor multinationale ondernemingen heeft het Nederlandse Nationaal Contact Punt (NCP) een eindverklaring uitgebracht over een melding inzake Shell-dochter ‘Pilipinas Shell Petroleum Corporation’ (PSPC).

De OESO richtlijnen zijn aanbevelingen op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) van de 30 lidstaten van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en 11 andere landen. De naleving van de richtlijnen wordt bevorderd door een mechanisme voor geschillenbeslechting. Hiervoor hebben alle betrokken landen een NCP opgericht dat meldingen behandelt. Anders dan in andere landen opereert het Nederlandse NCP onafhankelijk van de overheid. De leden van het NCP vormen een weerspiegeling van breed gedefinieerde maatschappelijke belangen.

Volgens de melders had PSPC de richtlijnen geschonden door de lokale overheid in de Filippijnen te manipuleren en informatie achter te houden met betrekking tot milieu- en volksgezondheidsrisico’s van het oliedepot. Het NCP stelt in zijn eindverklaring dat:

  • ongepaste bemoeienis met lokale besluitvorming niet is aangetoond;
  • de gezondheids- en veiligheidssituatie conform internationale normen is;
  • het Shell oproept transparant informatie te verstrekken en tijdig te communiceren met lokale partijen.

Toelichting

De melding is in juni 2006 bij het NCP ingediend door de organisatie ‘Fenceline Community for Human Safety and Environmental Protection’ in Manila, samen met Milieudefensie/Friends of the Earth. Volgens de melders zou PSPC geen aanstalten maken om een verordening van de gemeente Manila uit te voeren om een oliedepot te verplaatsen uit de dichtbevolkte wijk Pandacan. De Shell-dochter zou de lokale overheid hebben gemanipuleerd om te kunnen blijven opereren in Pandacan. Bovendien zou het bedrijf informatie over gezondheids- en veiligheidsrisico’s achterhouden en onvoldoende plannen hebben om deze risico’s weg te nemen.

Volgens de melders zijn hiermee de OESO Richtlijnen geschonden die stellen dat een bedrijf geen uitzonderingspositie mag bedingen bij bijvoorbeeld milieu-, gezondheid- en veiligheidswetgeving. Ook moet er volgens de richtlijnen informatie openbaar worden gemaakt over de risico’s van een bedrijf voor zijn werknemers en omwonenden.

In Februari 2008 stelde het Filippijnse hooggerechtshof dat de verordening van de gemeente Manila uitgevoerd moest worden. Gezien het hoofddoel van de klagers, de verplaatsing van het depot, bood dit uitzicht op een gezamenlijk startpunt voor een oplossing, zeker toen PSPC publiekelijk verklaarde dat het “inzag dat een permanent verblijf in de wijk Pandacan in Manila, in het licht van de huidige stedelijke ontwikkeling in het gebied, niet langer mogelijk was”.

Het NCP heeft vervolgens  in Manila feitenonderzoek gedaan en geprobeerd om binnen het kader van de OESO Richtlijnen een toekomstgerichte dialoog op gang te brengen.

Toen de gemeente Manila in mei 2009 echter de verordening introk en een nieuwe verordening uitgaf die het oliedepot toestond om te blijven, wilde PSPC niet langer onderhandelen als verplaatsing van het oliedepot het uitgangspunt zou zijn. Vanaf dat moment hadden de melders geen vertrouwen meer in een positief resultaat van het bemiddelingsproces, waardoor het NCP genoodzaakt was om de eindverklaring op te stellen.

Het NCP stelt dat het niet heeft kunnen constateren dat PSPC de lokale besluitvorming heeft gemanipuleerd. Eind 2008 bleek uit onderzoek van de Milieudienst Rijnmond (DCMR), in opdracht van het NCP, dat de huidige situatie van het oliedepot in Pandacan niet ongezond of onveilig is. Het NCP is  echter wel van mening dat door PSPC niet is voldaan aan de OESO standaarden voor openheid over niet-financiële informatie, inclusief milieuverslaglegging. Het concludeert dat de Shell-dochter meer pro-actief en transparant zou moeten communiceren met al haar stakeholders over haar motieven, strategie en overwegingen zodat het vertrouwen van de omwonenden in het depot wordt versterkt.


NCP reactie op NRC

Ga eerst met bedrijven in bemiddeling alvorens ze aan te klagen voor onethisch gedrag

Naar aanleiding van de Shell Nigeria zaak die in de VS diende, opperde Ruud Lubbers c.s. dat slachtoffers van internationale mensenrechtenschendingen ook in Nederland verhaal moeten kunnen halen (NRC woensdag 10 juni). Frank Kuitenbrouwer geeft in zijn reactie (11 juni) hierop aan dat de Nederlandse regering tot dusver wetgeving heeft afgewezen en heeft ingezet op zelfregulering door het bedrijfsleven. Dit laatste is echter niet het hele verhaal.

Het feit dat de zaak tegen Shell in New York na jaren uiteindelijk geschikt is, geeft aan dat in plaats van een gang naar de rechter – waar deze ook zetelt – een vorm van bemiddeling sneller tot resultaat zou kunnen leiden. Dit kan door partijen zelf opgepakt worden, onder (bege)leiding van professionele bemiddelaars. Bemiddeling biedt bedrijven en belangengroepen de mogelijkheid om in een vroeg stadium problemen te adresseren en duurzame oplossingen te zoeken nog voordat een zaak escaleert. Het is wel een leerproces; partijen vinden het vaak lastig om preventief met knelpunten om te gaan en zich coachbaar op te stellen, zo leert de ervaring van het Nederlandse Nationaal Contact Punt voor de OESO Richtlijnen (NCP). Het NCP, dat in Nederland bestaat uit onafhankelijke leden, bemiddelt tussen ‘melders’ en bedrijven die zich in een concrete situatie niet in overeenstemming met de OESO richtlijnen zouden gedragen.

Momenteel heeft het NCP verschillende klachten onderhanden, waaronder tegen Shell. Centraal in deze cases staan vaak de communicatie met stakeholders en de gespannen relatie tussen bedrijf en klagers, meestal een (locale) vakbond of NGO. De inzet van het NCP is conform de OESO Richtlijnen partijen bij elkaar te brengen en te komen tot een gezamenlijk feitenonderzoek en vervolgens een op de toekomstgerichte oplossing. Dit om herhaling te voorkomen en er lering uit te trekken. Zo’n oplossing kan niet alleen houvast bieden voor toekomstige conflicten voor het bedrijf in kwestie, maar ook voor andere, internationaal opererende bedrijven. Een goede relatie onderhouden met de verschillende belanghebbenden op basis van dialoog waarbij antwoord wordt gegeven op gerechtvaardigde vragen uit de maatschappij is ook volgens de SER een belangrijk element van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Voorwaarde hiervoor is dat bedrijven en/of belanghebbenden elkaar tijdig opzoeken en open communiceren over kwesties met betrekking tot mensenrechten, arbeidsrechten, milieu en corruptie.

In aanvulling op de door Frank Kuitenbrouwer genoemde zelfregulering: de OESO Richtlijnen weerspiegelen de verwachtingen die de Nederlandse overheid heeft van haar bedrijfsleven. Het NCP promoot deze verwachtingen en behandelt klachten over vermeende niet-naleving. Indien partijen ondanks mediation van het NCP niet tot overeenstemming weten te komen, brengt het NCP een eindverklaring uit. Daarin geeft het een oordeel over de naleving van de OESO Richtlijnen in het specifieke geval en de juistheid van de ingediende klacht. Een dergelijke eindverklaring, maar ook een positief bemiddelingsresultaat, kan ook aanknopingspunten bieden voor een rechtsgang in het betreffende land. In de VS zien we steeds vaker dat de rechter, door een mediator aan te wijzen, partijen bij elkaar tracht te brengen en diens oordeel betrekt in de voortgang van de zaak. Zo’n systeem is wellicht kansrijker dan de eerdere suggesties in het NRC.

Frans Evers, voorzitter Nederlands NCP

Annual report 2009

Lees hier het NCP jaarverslag van juni 2008 tot en met mei 2009 voor de OECD jaarvergadering in Parijs.

Verslag stakeholder bijeenkomst 30 maart

Op 30 maart 2009 vond de 3e stakeholderbijeenkomst plaats van het Nationaal Contact Punt OESO richtlijnen. De bijeenkomst in Den Haag werd bezocht door 55 personen afkomstig van vakbonden, maatschappelijke organisaties, brancheorganisaties, issue managers en voorzitters van centrale ondernemingsraden. Tijdens de bijeenkomst is gesproken over de meldingprocedures, de peer review en de communicatie van het NCP. De middag werd afgesloten met een interactieve discussie over de coherentie tussen internationale MVO-codes.