Nationaal Contactpunt

Richtlijnen

Nationaal contact punt

Kenniscentrum

De huidige situatie vraagt om een innovatieve manier van ondernemen. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is dan ook hard nodig, nu en in de toekomst. — Simon van Driel, voorzitter MVO Nederland

melding-doen

Homepage / Nationaal contact punt / Melding doen

Melding doen

Wanneer een persoon, maatschappelijke organisatie of overheidsinstantie meent dat een bedrijf zich niet aan de OESO Richtlijnen houdt, dan kan hij of zij daar melding van maken bij het NCP. Andersom kan ook een bedrijf dat een conflict op basis van de OESO Richtlijnen heeft met een belanghebbende zich wenden tot het NCP.

Indien het NCP zich bij een melding ontvankelijk verklaart (zie onder), zal een bemiddelingstraject gestart worden met als doel tot een oplossing van het probleem te komen. Aan het eind van dit traject zal het NCP met een eindverklaring komen waarin het verloop van het proces beschreven wordt en hoe de oplossing zich tot de OESO Richtlijnen verhoudt. Het NCP zal ook een eindverklaring publiceren indien betrokken partijen niet tot een oplossing zijn gekomen. In dat geval geeft het NCP, naast een beschrijving van het proces, een oordeel over de vermeende schending van de OESO richtlijnen, op basis van zijn inzicht in de feitelijke omstandigheden. De behandeling van een melding door het NCP is geen gerechtelijke procedure, noch is naleving van de Richtlijnen juridisch afdwingbaar. Een eindverklaring is dan ook geen bestuursrechtelijk besluit waartegen in beroep kan worden gegaan.

Werkwijze bij een melding

  1. Mogelijkheid van een pre-advies
  2. Ontvangstbevestiging
  3. Keuze Behandelaars
  4. Vaststelling ontvankelijkheid van de melding
  5. De ontvankelijkheidsverklaring
  6. De inhoudelijke behandeling
  7. Factfinding
  8. De eindverklaring
  9. Vertrouwelijkheid en transparantie tijdens behandeling van de melding
  10. Reactie Overheid
  11. Monitoring van gemaakte afspraken bij bemiddelingsakkoord
  12. Termijnstelling


1. Mogelijkheid van een pre-advies

Het doel van een pre-advies van het NCP is een potentiële melder op informele wijze zicht te bieden op de kans dat een melding in behandeling zal worden genomen en op daarvoor eventueel nog te verrichten inspanningen. Zo is een tijdige afweging mogelijk tussen inspanningen en het te verwachten resultaat.

2. Ontvangstbevestiging

Het secretariaat stuurt de behandelende personen (bij zowel melder als bedrijf) een bevestiging van de ontvangst van de melding (onder toevoeging van een kopie van de melding voor het bedrijf).

3. Keuze Behandelaars

Het NCP wijst uit zijn midden een hoofdbehandelaar aan, waarbij het kijkt naar zaken als achtergrond, kennis, interesse en beschikbaarheid. In principe wordt daarnaast een 2e NCP-lid medebehandelaar. Bij mogelijke (schijn van) belangenverstrengeling ziet een NCP-lid ervan af (mede-) behandelaar te worden.

4. Vaststelling ontvankelijkheid van het NCP voor de melding

Bij de beoordeling van zijn ontvankelijkheid betrekt het NCP met name de volgende vragen:

4.1. de identiteit van de melder en diens belang bij de melding: hierbij wordt onder meer bezien namens wie de melder optreedt;

4.2. de inhoudelijke relevantie en onderbouwing van de zaak: bezien wordt welke onderdelen van de Richtlijnen volgens de melder zijn/worden geschonden en hoe duidelijk en onderbouwd de feitelijke omstandigheden zijn omschreven;

4.3. Het belang van wetgeving en procedures die op de melding van toepassing kunnen zijn: het NCP gaat hierbij na of er ‘parallelle procedures’ lopen over (onderdelen van) dezelfde omstandigheden. Wanneer er sprake is van parallelle procedures zal het NCP in overleg met partijen bekijken in hoeverre bemiddeling en bijbehorende activiteiten door het NCP op dat moment gepast en van toegevoegde waarde kunnen zijn;

4.4. De bijdrage van de behandeling van de melding aan het doel en effectiviteit van de Richtlijnen: hierbij speelt onder andere de vraag of beide partijen open staan voor bemiddeling, hetgeen overigens niet betekent dat het betreffende bedrijf door zich ‘onbemiddelbaar op te stellen’ zich kan onttrekken aan een behandeling van de melding door het NCP;

4.5. De investeringsnexus: de meldingsprocedure staat open voor vermeende schendingen van de Richtlijnen bij een investeringsgerelateerde activiteit. (Eenmalige) handelsrelaties worden daarmee uitgesloten. Wanneer de melding betrekking heeft op een Nederlands bedrijf en de feitelijke omstandigheden die tot de vermeende schending van de OESO Richtlijnen leiden, zich eveneens in Nederland afspelen, dan is aan de investeringsnexus op eenvoudige wijze voldaan.
Merendeels echter gaat het om feitelijke omstandigheden die zich in het buitenland voordoen bij een dochterbedrijf of toeleverancier. Nederland is een van de landen die in deze situatie de investeringsnexus ruim interpreteert. Bij het beantwoorden van de vraag of er dan sprake is van een investeringsachtige relatie staat niet de vraag naar de eigendomsverhoudingen centraal, maar die naar de mate van invloed die de Nederlandse onderneming kan uitoefenen op de buitenlandse partner. Wanneer geen sprake is van een eigendomsrelatie, maar van een handelsrelatie kijkt het NCP onder meer naar: de duur van de (handels)relatie tussen afnemer en leverancier, het aandeel in de jaarproductie van de leverancier dat wordt afgenomen, het voorzien van producten van merklabels van de Nederlandse afnemer (d.w.z. wordt het product op de afzetmarkt als eigen product neergezet?), specifieke eisen van afnemer m.b.t. zaken als productiemethoden, arbeidsomstandigheden of milieu-eisen, het aanleveren of specificeren van bijv. productontwerpen of halffabricaten door afnemer en de mate van contact met lokale stakeholders (overheid, vakbonden, etc.).
Bovenstaande punten tezamen geven een goede indicatie van de genoemde invloed van een Nederlands bedrijf op een buitenlandse partner. Aangezien er voor de beoordeling van de investeringsnexus geen vaste omschrijving bestaat, beoordeelt het NCP deze van geval op geval.

4.6. de bevoegdheid voor het Nederlandse NCP: in beginsel wordt de ontvankelijkheid voor een melding bezien door het NCP van het land waarin de gemelde schending plaatsvindt of heeft plaats gevonden. Wanneer er in dat land geen NCP bestaat, wordt de melding bezien door het NCP in het land waar het bedrijf volgens de handelsregisters is gevestigd.
Voorbeeld: een melding van een schending in Indonesië door een Nederlands bedrijf wordt door het Nederlandse NCP behandeld. Als niet-OESO land heeft Indonesië immers geen NCP. Betreft het een schending door een Nederlands bedrijf in één van de 40 bij de Richtlijnen aangesloten landen dan dient de melding primair gedaan te worden bij het NCP in dat land. Wanneer het desbetreffende andere NCP dat vraagt kan het Nederlandse NCP ondersteuning geven in de vorm van bijv. informatie of advies, maar ook medebemiddeling.

5. De ontvankelijkheidsverklaring

Het NCP stelt betrokken partijen schriftelijk op de hoogte van het besluit over de ontvankelijkheid van een melding (zie hierboven). In deze brief staan ook de overwegingen waarop deze beslissing berust.
Indien de melding ontvankelijk is verklaard, wordt in deze brief ook ingegaan op de inhoudelijke en procedurele afbakening van de mogelijk te behandelen onderwerpen.

6. De inhoudelijke behandeling

Na de ontvankelijkheidsverklaring bespreekt het NCP vervolgens de melding met betrokken partijen en biedt het hen zijn ‘good offices’ aan om bij te dragen aan een oplossing. Dit kan onder andere betekenen dat het NCP advies inwint bij relevante organisaties, (locale) experts of andere NCP’s. Bij onduidelijkheid over de interpretatie van een specifiek onderdeel van de Richtlijnen kan het NCP via de Staatssecretaris van Economische Zaken om uitleg vragen bij het Investeringscomité van de OESO.

7. Factfinding

De procedurele handleiding van de OESO-Richtlijnen mandateert het NCP tot het inwinnen van advies bij (locale) betrokken autoriteiten, vakbonden en experts, zolang dit in het kader van de bemiddeling plaatsvindt. Inwinnen van dergelijk advies geschiedt in overleg met en met goedkeuring van betrokken partijen.

8. De eindverklaring

8.1. Bij geslaagde bemiddeling
Bij een geslaagde bemiddeling wordt afgesloten met een met partijen tezamen opgestelde slotverklaring van het NCP. Deze verklaring zal weergeven om welke partijen, feiten en betreffende onderdelen van de Richtlijnen de melding ging en welke oplossing uiteindelijk overeengekomen is. Ook de eventueel overeengekomen vervolgacties voor het toezicht (houden) op de gemaakte afspraken of toegezegde verbeteringen worden vermeld.

8.2. Afsluiting zonder eindresultaat
Bij een niet geslaagde bemiddeling stelt het NCP eenzijdig een slotverklaring op. Hierin ligt de nadruk op de visie van het NCP op de feiten, de interpretatie van de relevante Richtlijnen en het verloop van de behandelings¬procedure en mogelijk de door het NCP aanbevolen oplossingsrichting.

9. Vertrouwelijkheid en transparantie tijdens behandeling

Uit hoofde van hun aanstelling bij een overheidsorgaan zijn de NCP-leden gebonden aan vertrouwelijkheid. Dit hoeft echter niet strijd op te leveren met de na te streven transparantie. Voor wat betreft de meldingsprocedure maakt het NCP onderscheid tussen een aantal verschillende soorten informatie die ter tafel komt. Ten eerste is er de informatie die melder al vóór aanvang van het bemiddelingstraject openbaar heeft gemaakt. Het NCP neemt als uitgangspunt dat deze informatie tijdens de behandeling van de melding beschikbaar kan blijven. Ten tweede is er de informatie over het verloop van en ten behoeve van de stellingnames in het bemiddelingstraject. Deze blijft tijdens de procedure vertrouwelijk. Informatie die door een partij aan het NCP is verstrekt, wordt niet zonder toestemming van die partij met de andere partij gedeeld. Ten slotte is er de categorie van de bedrijfsgevoelige informatie die in de loop van het traject gedeeld kan worden. Voor deze categorie geldt a priori geheimhouding. Het NCP zal zich in deze flexibel opstellen en naast deze ’standaardformule’ vooral de invloed van informatieverstrekking door partijen op de bemiddeling als uitgangspunt nemen. Ook dienen partijen zich bewust te zijn van de invloed van eventuele publieke uitspraken of optredens op het bemiddelingsproces.
Eventuele in acht te nemen vertrouwelijkheid staat een transparante handelswijze van het NCP niet in de weg. Het NCP zal de status van een melding weergeven op zijn website, tenzij een van de betrokken partijen daar gegrond bezwaar tegen heeft. Indien het uitbrengen van een eindverklaring noodzakelijkerwijs openbaring van bedrijfsgevoelige informatie met zich mee meebrengt kan het NCP er voor kiezen zo’n verklaring niet op te stellen. Hiervan wordt wel melding gemaakt op de website.

10. Reactie Overheid

Nadat het NCP een eindverklaring heeft opgesteld, wordt deze naar de Staatssecretaris van Economische Zaken gestuurd, die een maand de gelegenheid heeft zijn visie op de zaak, al dan niet afwijkend van die van het NCP, te geven. Het NCP publiceert vervolgens de eindverklaring en de eventuele reactie van de Staatssecretaris op de NCP-website.

11. Monitoring van gemaakte afspraken bij bemiddelingsakkoord

Wanneer partijen tot een akkoord in de bemiddeling zijn gekomen, kunnen hieruit vervolgafspraken voortkomen. In hoeverre het NCP een rol heeft in het toezicht op de naleving hiervan is evenzo overeen te komen in overleg met de partijen.

12. Termijnstelling

De volgende termijnen voor de meldingsprocedure worden gehanteerd:

In bijzondere gevallen kan van genoemde termijnen worden afgeweken. Het NCP zal dit tijdig aan betrokken partijen met opgaaf van redenen mededelen.